Het lichaam is een organisme. Hierin zit het woord organiseren, het tegenovergestelde van chaos. Bij onderzoek van de iris, deel van dit lichaam, is het dus van belang dit volgens een systeem te doen.

Het systeem dat door mij meestal wordt toegepast, volgt hierna;

  1. Welk oog onderzoek je het eerst? Bij vrouwen eerst het linkeroog en daarna het rechteroog. Bij vrouwen is het linkeroog het meest dominant aanwezig. De meeste vrouwen zijn meer gevoelsmensen, mannen meer denkers. Als gevolg hiervan wordt de bovengenoemde volgorde aangehouden. Zoals bij zoveel regels is ook hier sprake van een uitzondering hierop. Mensen die van nature linkshandig zijn. Dit kan tot gevolg hebben dat de topografiekaarten van de iris ook verwisseld moeten worden.
  2. De kleur van de iris. Blauw, bruin, grijs, groen of een mengkleur.
  3. Tekening van de stroma iridis. Om constitutie en eventuele diathese vast te stellen.
  4. De pupil. Hierbij wordt gelet op vorm en grootte.
  5. De krauzerand. Een gekartelde rand die zich op ongeveer 1/3 van het totale irisveld mag bevinden. Hierbij wordt gekeken naar structuur- en kleurveranderingen binnen deze ring.
  6. Structuur-en kleurveranderingen in de iris.
  7. Het oogwit (sclera). Afwijkingen in kleur of vascularisatie (nieuw gevormde bloedvaatjes)

De uitkomst van het onderzoek van de iris wordt daarna gecombineerd met de informatie van de anamnese (uiteraard ook systematisch afgenomen). Beide informatiestromen worden aan elkaar getoetst om bepaalde tekens beter te kunnen ontdekken en/of te herkennen.

De verschillende constitutietypes worden hier uitgebreidt uitgelegd.

 

...

 
 
IRISDIAGNOSE

Met behulp van een irismicroscoop wordt de iris grondig onderzocht op zijn verschillende kenmerken.